Wat Kate aan de kook kreeg: tuinbonen!

Hans en Grietje. Ik heb het denk ik net een keer of tien teveel voorgelezen: er gaat geen dag voorbij, of Jasper en Kate leggen een onuitwisbaar spoor van broodkruimeltjes, beduimeld meubilair, smoezelig speelgoed en kladderige deurklinken aan. De enige zone in ons huis waarop nu eens zelden een vies vingerafdrukje verschijnt: ons keukenfornuis.

Wat Kate betreft, hoef ik er eigenlijk geen tekeningetje bij te maken. Ze ‘werkt’ quasi voltijds buitenshuis en voedt haar drie poppen én zeventien knuffels heel liefdevol helemaal in haar eentje op. Dus bereddert ze zich graag met kant-en-klare maaltijden, zoals speelgoedfruit en plastic pizzaschijven en zo.

Jasper is een iets ander verhaal. Die gaat er rond kooktijd bijna altijd met een stel judoka’s of foute vrienden à la Suske en Wiske vandoor. Maar eens per maand ontpopt hij zich tot een echte Junior MasterChef en trakteert hij ons op zijn hoogstpersoonlijke signature dish:  ananas-met-zout. Geen idee waar hij dat sublieme foodparing-concept heeft opgepikt, maar werkelijk: hij doseert dat zoet-zilte als een pro!

Van hem had ik dus de grootste belangstelling verwacht, toen ik me met dat zakje tuinbonen op de drempel installeerde en volgende kreet op mijn stoepkrijtende duo afvuurde: “Kijk! Kijk! Zo’n grote bonen heb ik nog nooit gezien!” (Wat overigens geen lokkend leugentje om bestwil was, ik had in mijn 35-jarige bestaan echt nog nooit een verse tuinboon open gekraakt.)

Maar neen, Jasper wierp een kortstondige blik en toog meteen weer aan het tekenen. Het was Kate die gebiologeerd bleef staan!

En toen volgde het schoonste van allemaal. Ze veranderde als bij toverslag in een keukenprinses:

Geen boontje ontsnapte aan haar vlijtige handen: ik peuterde ze met een mesje open, zij veroverde de buit (“kijk, deze heeft er zelfs drie!) en voor alle zekerheid prutsten we er van elk boontje ook nog even dat lichtgroene velletje af. Pas achteraf las ik dat het eigenlijk niet nodig was om onze tuinbonen ‘dubbel te doppen’, zoals dat in de gespecialiseerde literatuurkringen heet. Dat hoeft enkel bij oude boontjes, niet bij de plukverse exemplaren die onze bioboer ons toezond.

Daarna sleepte Kate – ik kon mijn ogen niet geloven – een stoel tot aan het fornuis. Vastbesloten om zelf de lookpers te hanteren. En elke tuinboon in de risotto met de keukenspatel te strelen.

Het resultaat:

Recept:

(Het idee om diepvriesdoperwten te combineren met tijm, munt en limoensap haalde ik bij Yotam Ottolenghi)

Nodig:

  • 3 tenen knoflook
  • ajuin, fijn gesnipperd
  • tuinbonen, in ons geval dubbel gedopt
  • diepvrieserwten
  • olijfolie
  • risottorijst (ik zweer bij deze, die ik dankzij De Olijfboom ontdekte)
  • groentebouillon
  • geutje witte wijn
  • een flinke bos verse munt, fijngesnipperd
  • sap van een halve limoen

(ik heb weeral niets afgewogen: onze defecte keukenschaal kreeg nog geen opvolger. Maar als je regelmatig zelf risotto maakt, vertrouw dan gewoon op de hoeveelheden die je daarvoor gebruikt)

Zo maakte Kate het klaar:

  • Doe olie in de pan. Voeg look en ui toe en bak enkele minuten terwijl je alles regelmatig omroert.
  • Voeg rijst en bonen toe en bak eveneens enkele minuten mee.
  • Giet de wijn erbij en roer tot het door de rijst is opgenomen.
  • Doe de diepvrieserwten erbij (misschien kan dit in een later stadium net zo goed) en overgiet met een geutje bouillon. Voeg telkens als de bouillon door de rijst is opgenomen, een nieuw geutje toe en roer de risotto regelmatig voorzichtig om.
  • Blijf dit herhalen, tot de rijst beetgaar is.
  • Voeg het limoensap en de munt toe en roer nog een allerlaatste keer om.
  • Klaar!

Het verdict

Soms spreken een paar woorden voor zich:

Jasper en Kate hebben de pot tot de allerlaatste rijstkorrel leeggelikt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *