Bloemkool met stokjes en (niet zo coole) tempeh-paprikachips

Het afgelopen jaar heeft dit gezin geleerd dat lokaal en seizoensgebonden eten ook betekent: een winter lang knagen op kool. Dat klinkt verschrikkelijk. En dat was het ook. Na de zoveelste rodekool, savooikool, witte kool en Chinese kool vond zelfs ik, ondanks die ganse hippe boerenkoolhype, dat Jasper (8) en Kate (6) ferm gelijk hadden:

Kool is niet cool. Kool is saai. En bijna altijd belachelijk gigantisch groot.

Dus ik beken. Ergens halverwege de winter was ik zó koolmoe, dat ik mijn groentepakket bijna aan de wilgen wilde hangen. Tot het culinaire magazine Smaak, mijn eerste opdrachtgever ooit, mijn noodkreet opving, en me terug seinde dat ik me daar eens uitvoerig over mocht buigen, over hoe je die winterse megakolen succesvol in minimondjes versluisd krijgt.

Sedertdien hou ik van kool. Echt waar. Als ik een slimme marketeer was, ik zou ze “super-cheap superfoods” noemen. Of zoiets.

  1. Ze zijn zo gezond als ze groot zijn. Niet alleen zitten ze tjokvol essentiële voedingsstoffen zoals voedingsvezels, vitamine C, foliumzuur en vitamine K, ze bevatten ook heel interessante bioactieve stoffen, die bescherming zouden bieden tegen bepaalde kankers en hart- en vaatziekten.
  2. Wat een koopje, zo’n kool met XL-taille! Ongelofelijk wat voor lekkers een mens daar allemaal uit kan puren: een verwarmende quiche, een smeuïge stoemp, een exotische kokoscurry, een rijkelijke pastaschotel, verrukkelijk appel-perenvulsel , … en jawel, zelfs pasta, pizza én chips! Hoeft het gezegd dat mijn twee lieve spruiten voorbije winter gegroeid zijn als kool?

Maar goed. Deze lente, toen de kolen weer fleurig werden, kwam plots het besef. Er bestaat maar één koolsoort die mijn kinderen ook rauw lusten:

Bloemkool!

Van zo’n makkelijk kooltje veranderde ik natuurlijk weer in een heel erg luie vegetariër. In witte saus, in kokosmelk of puur natuur: alleen zo verslinden we dat licht verteerbare kooltje hier.

Tot onze boerin ons vorige week een brief toestuurde (dat doet ze nu eens elke week, leuk he!) waarin ze de culinaire veelzijdigheid van dit zwaar onderschatte kooltje bejubelde. En ik me plots weer dat ene recept  uit Rachel Khoo’s Kookschrift herinnerde: bloemkoolrijst uit de wok.

Omdat ik graag roei met de riemen die ik heb, verving ik de maiskolfjes door tuinbonen en de lente-uitjes door gewone ui.  En ik probeerde het ook vegan te maken, door de eitjes te vervangen door de tempeh-chips (de bruine schijfjes op de foto, mocht u ze niet meteen herkennen) uit het Grow Eat Share Book van het Gentse vegetarische restaurant Avalon.

Dat laatste is niet zo heel erg goed gelukt. Manlief vond mijn tempeh-chips maar niks. Zoonlief idem dito. Alleen de vrouwen in dit huis vonden ze ok, wat niet hetzelfde betekent als: lekker. Gelukkig bleken onze blije kippetjes in een overijverige bui, en kon ik er last-minute toch nog een omelet bij gooien. Zoals in het oorspronkelijke recept van Rachel Khoo dus…

Recept (een mix van Khoo, Avalon en het dictaat van ons groentepakket): 

Dit gebruikte ik voor de rijst:

  • 1 kleine bloemkool, in roosjes
  • 1 kleine ajuin, fijngesnipperd
  • tuinbonen (niet gewogen), wijsvingerbreed gesneden
  • 1 rode paprika, in fijne reepjes gesneden
  • 2 el zonnebloemolie
  • 4 eieren van onze huiskippen Pip, Lotte en Filette
  • vier tenen knoflook, gepeld en geperst
  • peper en zout
  • duimgroot stukje gember, geschild en geraspt
  • 30 g cashewnoten, grof gehakt
  • 4 el tamari
  • 1 limoen, in kwartjes

Nodig voor de tempeh-chips

  • een half rolletje gerookte tempeh
  • sojasaus
  • paprikapoeder

Zo maakte ik het klaar:

Verwarm de oven voor op 120°C. Snijd de tempeh in 2 mm dikke schijfjes. Leg ze op bakpapier, kruid met sojasaus en paprikapoeder en laat 30 minuten in de oven drogen.

Doe de bloemkool in blender of keukenmachine en hak fijn, tot het er als rijst uitziet. Meng er de tuinbonen, ui en paprika bij.

Verhit een lepel olie in de wok. Voeg look, gember en cashewnoten toe. Bak kort en schep geregeld om. Giet het bloemkoolmengsel erbij en bak opnieuw al omscheppend, tot paprika en bonen beetgaar zijn.

Laat je kinderen proeven van de tempeh-chips. Niet helemaal hun ding? Bak van de eitjes vliegensvlug een omelet, laat even afkoelen, rol op en snij in reepjes van 1cm breed.

Voeg de omelet-reepjes aan de rijst toe, verwarm alles goed, giet er de sojasaus bij en schep heel voorzichtig om.

Verdeel de rijst over de kommen, plant er koppig toch een paar van die tempeh-chips in en werk af met een partje limoen.

O ja, omdat we daags voordien met een stel vrienden nogal royaal gechineesd hadden, heb ik op elk bord ook nog een overschotje gebakken rijst geschept. (Koolhydraten schrappen, daar doe ik al een poosje heel overtuigd niet meer aan mee)

Het verdict

Zelfs als het naar paprikachips ruikt, krijg ik tempeh (met zijn toch wel vrij doordringende gistsmaak) hier niet echt verkocht. Jasper rook dat het slecht was. Kate had na één chipske al meer dan genoeg.

Ikzelf  at er een paar dagen van, omdat ik weggooien zonde vind. En omdat tempeh zo ontzettend voedzaam is. Deze eiwitrijke samengeperste bonenkoek is namelijk zo’n beetje de volkoren variant van tofoe: het is gemaakt van complete (gefermenteerde) sojabonen, en bijgevolg ontzettend vezelrijk. Heb jij een goed kindvriendelijk tempeh-recept, laat het me dan zeker weten! Ik check zelf alvast ook even bij de chef van Avalon, want misschien deed ik wel iets heel erg fout?

De bloemkoolrijst was gelukkig wél een succes.

Gaan we hier dus nog eten, bloemkool met stokjes!

Hoera, hoera! Tine Tomme van restaurant Avalon bezorgde me intussen een zalig recept voor een hartverwarmende tempeh-hap. Het recept vind je via deze link. Bliksemsnel klaar, en zalig lekker! Echt!

 

 

Een gedachte over “Bloemkool met stokjes en (niet zo coole) tempeh-paprikachips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *