Veggie sushi van Zushi

Wakamé, kombu, nori, … Al dat wiegende wier in onze zeeën, ik zou het toch wat vaker over mijn bord moeten draperen.

En wel om deze heel erg gegronde redenen:

  • de zeewierteelt is ultra-ecologisch: zeewier zuivert het zeewater, krikt het zuurstofniveau op én vormt een veilige thuishaven voor kleine, kwetsbare visjes.
  • zoutwaterlandbouw tast onze slinkende zoetwaterreserves niet verder aan. Ter duiding:  97 % van al het water op onze planeet dobbert in onze zeeën, het overblijvende zoetwater is vaak sterk vervuild of niet toegankelijk. Concreet: amper 1 % van ons zoetwater is rechtstreeks voor drinkwatervoorziening geschikt. Tegen 2025 zouden ruim drie miljard mensen met waterschaarste te maken krijgen.
  • de zeewierteelt vergt geen kostbare landbouwgrond, iets wat door de voortschrijdende verzilting eveneens een schaars goed aan het worden is: wereldwijd slokt de stijgende zeespiegel dagelijks zo’n 2000 hectare landbouwgebied op! Cijfers om van te duizelen, toch?
  • zeewier is ontzettend voedzaam: het bevat evenveel eiwitten als soja.
  • zeewier is goed voor je! De meeste soorten zitten tjokvol kostbare mineralen zoals jodium, calcium en ijzer en belangrijke vitamines zoals A, B1, BC en C. Bovendien bulken ze van de gezonde omega-3-vetzuren. Datgene wat vette vis zo gezond maakt, inderdaad.

Al die dingen weet ik natuurlijk niet uit mezelf. Vorig jaar mocht ik voor het culinaire magazine Smaak op zeewierreportage, en heel veel van bovenstaande informatie sprokkelde ik bij zeewier-allesweter Prof Dr Klaas Timmermans van het Nederlands Zeewiercentrum in Texel.

Over al dat nieuwe weten over eten, liet ik destijds natuurlijk geen sprietje zeewier groeien. Ik stoof meteen naar het dichtstbijzijnde warenhuis, voor zo’n sushi-kit waarmee je ineens alles in huis hebt om zelf Japanse zeewierhapjes te maken: een bamboematje, sushi-rijst en nori-vellen. Daarmee zou de sushi-klus, zo had ik op het internet gelezen, in een hups geklaard zijn.

Maar ten huize De Luie Vegetariër is het bij een schamele poging gebleven. Ik rolde er werkelijk niets van.

Gelukkig zetten een paar lieve mensen me onlangs weer helemaal op het zilte spoor:

Mijn fitnessmaatje Lan verblufte me onlangs met haar gouden sushi-handen en heeft me beloofd om me heel binnenkort de fijnere kneepjes van het vak aan te leren!

En dankzij de gouden resto-tip van Sylvie, die weet hoe graag ik lekker eet, troonde ik mijn man gisteren mee naar het schaduwrijke Sebrechtspark, voor een picknick met kraakverse sushi van Zushi.

Mijn man betaalde 15 euro voor een à la minute bereide ‘Medium City combo’, bestaande uit nigiri’s, hoso maki’s, foto maki’s and rainbow rolls. (Althans, zo stond het op de spijskaart, want zelf kennen we daar niets van.)

Ikzelf kwam er voor deze small veggie-combo met avocado en komkommer met een luttele 5 euro van af:

 

Man, hebben we van dit godenmaal genoten!  (als we dat niet doen, zeggen we dat ook, zo bewezen we eerder al)

Hier gaan we dus nog vaker neerstrijken, om ook de rest van het veggie-aanbod uit te proberen! Dat moet ook wel, wil ik mijn kennis van de Japanse keuken een beetje bijspijkeren. Want ik zal het u maar heel eerlijk bekennen: die roze snippers in mijn bakje, brachten me heel even van mijn melk. Waarom zwemt er in hemelsnaam zalm rond in mijn veggiebox!

Het bleek natuurlijk gewoon gari, oftewel ingelegde Japanse gember!

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *